Tot 25 jaar cel geŽist in Leidse liquidatie

Monique Verlind (DJMO)

Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep gevangenisstraffen van 22 en 25 jaar geëist tegen een 37-jarige man uit Heerhugowaard en een 26-jarige man uit Westzaan. Zij worden verdacht van het op klaarlichte dag op straat doodschieten van een 50-jarige man in Leiden.

Op 14 juni 2016 werd de man, terwijl hij nietsvermoedend op straat liep, slachtoffer van een in de ogen van het OM goed voorbereide aanslag. Met 33 schotwonden werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Twee dagen later overleed hij. “Een eerdere poging om hem te vermoorden, op 11 november 2015, overleefde hij. Enkele weken daarvoor werd een collega van hem doodgeschoten”, aldus de officier van justitie in hoger beroep, de advocaat-generaal (AG).

Op 20 april 2018 veroordeelde de rechtbank de oudste verdachte tot 22 jaar cel en de andere man tot 25 jaar. Verdachten gingen in hoger beroep.

Volgens het OM staat vast dat een zwarte Volkswagen Caddy stopte, een man uitstapt met een lang wapen in zijn hand en dat die vervolgens het slachtoffer doodschiet. Daarna is de man aan de bijrijderskant weer ingestapt en reed de auto weg. “De schutter droeg gezichtsbedekking, waarschijnlijk een bivakmuts”, aldus de AG.

Gelet op het bewijs verkregen door forensisch-technisch onderzoek, verklaringen, vastgestelde feiten en het onderling verband daartussen concludeert het OM dat de 26-jarige man de schutter is geweest en de ander de bestuurder van de auto.

Onbevredigend voor zowel het OM als de nabestaanden is dat het onduidelijk is waarom het slachtoffer is vermoord. Verdachten zeggen daarover niets. Ook zeggen ze niets over een eventuele opdrachtgever voor de moord. Uit het onderzoek blijkt volgens de AG dat verdachten geen enkele relatie hadden tot het slachtoffer. “Zij onthullen niets over een opdrachtgever . Een opdrachtgever die nu mogelijk ofwel in zijn vuistje lacht ofwel peentjes zweet bij de gedachte dat verdachten met het hele verhaal op de proppen komen. Verdachten zullen goed beseffen dat “praten” ze niet in dank zal worden afgenomen.”

Het OM stelt dat het directe motief voor verdachten geld is geweest. Dat blijkt uit verschillende opgevangen gesprekken waaraan één van de verdachten deelneemt. “Daaruit blijkt dat hij met een zwervend bestaan zonder inkomsten toch over een forse reserve van 30.000 euro beschikt”, aldus de AG.

De AG vindt dat alleen lange gevangenisstraffen recht doen aan de ernst van het feit. “Het feit dat er geen moment wordt stilgestaan bij wat een dergelijke moord betekent, wat een dergelijke daad voor gevolgen heeft voor nabestaanden en welke impact deze heftige en roekeloze actie heeft in de samenleving, rekenen we beide verdachten ernstig aan.”

Het Gerechtshof in Den Haag doet 23 juli uitspraak.