Nederlands aandeel VN-vredesmissie Minusma in Mali geŽindigd

Onder luid applaus van collega's rijden militairen na hun allerlaatste patrouille Kamp Castor op. Na 5 jaar stopt de Nederlandse bijdrage aan de VN-vredesmissie Minusma. Gisteren werd tijdens de laatste rit door Mali afscheid genomen van de bevolking.

"Hollandia, Hollandia, merci, merci!" roepen hordes Malinese kinderen die enthousiast hun huizen uitrennen als de Nederlandse voertuigen voorbij rijden. "Jonge kinderen zijn hier opgegroeid met Nederlandse militairen in hun straten", vertelt pelotonscommandant Bernhard. "De laatste patrouille voelt wel speciaal. Dat is omdat we afscheid nemen van het land en de mensen uit ons opgebouwde netwerk, zoals de politiechefs en wijkoudsten." Hoewel de ontvangst ook daar even hartelijk als altijd is, verslappen de militairen tijdens hun laatste uren in Gao niet. "Het dreigingsniveau is laag, maar we blijven altijd op onze hoede", zegt de pelotonscommandant.

Informatie
6000 Nederlandse militairen zetten de afgelopen 5 jaar voet in de koperkleurige woestijn van Mali. Hun belangrijkste taak was het uitvoeren van (langeafstands)verkenningen, om zo informatie te verzamelen voor het hoofdkwartier in Bamako. Daar werd het gebruikt om besluiten te nemen over militaire operaties. Militairen van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers vormden 2,5 jaar de operationele kern op de grond. In december 2016 namen militairen van 11 Luchtmobiele Brigade de verkenningstaak over: de Long-Range Reconnaissanse Patrol Task Group Desert Falcon (LRRPTG).

Overdracht
Er is geen coalitieland dat de taak van Nederland officieel overneemt. Bernhard: "De Belgen en Duitsers hebben wel veel interesse in onze manier van werken: ook wel 'the Dutch approach genoemd'. We gaan met een open houding gesprekken met de bevolking aan, vandaar ook de open voertuigen. Zo win je sneller vertrouwen dan wanneer je rijdt in gepantserde wagens en elkaar niet kan aankijken." De Belgen en Duitsers gingen mee tijdens de laatste patrouilles. Volgens Bernhard om de contactpersonen aan hen voor te stellen, “en om te laten ze zien hoe we te werk gingen. Ik vind het een fijn gevoel dat ons opgebouwde werk daardoor niet verloren gaat."