'Weinig slachtoffers spreken dader'

Slachtoffers van een misdrijf maken weinig gebruik van de mogelijkheid om een gesprek met de dader aan te vragen. Vooral de veroordeelden melden zich bij Slachtoffer in Beeld, dat de ontmoetingen regelt. Dat schrijft het Nederlands Dagblad donderdag op basis van het jaarverslag van de organisatie.

Vorig jaar meldden zich honderdveertig slachtoffers die willen praten of schrijven met de persoon door wie ze zijn mishandeld of beroofd of die een naaste heeft gedood. Het aantal daders dat zich meldde was met 863 veel groter.

Dat minder slachtoffers een gesprek aanvragen komt volgens de organisatie doordat ze vaak niet weten dat de mogelijkheid bestaat. Er zouden veel meer organisaties zijn die zich bezighouden met daderhulpverlening, waardoor daders vaker te horen krijgen dat ze met hun slachtoffer kunnen praten.

Voor slachtoffers is er wel Slachtofferhulp Nederland, maar die organisatie staat hen vaak alleen in de eerste periode na het misdrijf bij. Het zou dan te vroeg zijn voor een gesprek. Dat gesprek volgt volgens Slachtoffer in Beeld meestal pas na de veroordeling van de dader, maar dan hebben de slachtoffers vaak al geen contact meer met Slachtofferhulp.

Zowel bij de slachtoffers als bij de daders gaat ongeveer 45 procent in op het verzoek om in gesprek te gaan. De gesprekken tussen slachtoffers en daders zijn in 2007 landelijk ingevoerd. Het aantal gesprekken blijft volgens de krant achter bij de verwachting maar zou wel ieder jaar toenemen.