Elke September

Ik zat in de trein naar Nijmegen. Het was een warme dag. Een gratis krantje schreeuwde me toe dat het precies zoveel jaar na de aanslagen op het WTC in New York was. En dus ook zoveel jaar na de aanslagen op de treinen in Madrid. Ik bedenk me dat het aanslagendag is. Of we het nu op 9/11 of op 11/3 vieren, een knalfeest zal het worden.

Schuin tegenover me zit een blondine met een boek. Ze is niet oud, maar van 'ondefinieerbare' leeftijd. Ik schat haar 'doable'. Ik schat dat ze ongeveer van mijn leeftijd is. Zonde als er nu een aanslag gepleegd wordt op deze trein. Ze heeft fijne tieten om naar te kijken en haar geconcentreerde blik bevat geen rare denkrimpels die andere mensen wel hebben als ze geconcentreerd bezig zijn. Een aanslag zou alles grondig verpesten, ook mijn goede humeur.

Gelukkig worden aanslagen gepleegd op belangrijke doelen, houd ik mezelf voor. Ik zit nu in de trein richting Alkmaar. Niet echt een doelwit, denk ik dan. Maar ja, aanslagen zijn ervoor bedoeld angst te zaaien. Het leuke van terrorisme is juist dat het je elk willekeurig moment kan treffen, zonder ‘aanschijns des persoons’. In dat geval is de trein naar Alkmaar misschien wel een goed doel. Als dže trein al doelwit is, kan alles spontaan de lucht in gaan rond deze tijd. Een aanslag op een regeringsgebouw, ambassade of ander officieel of strategisch doel, dat verwacht je. En wordt door de overheid zeer moeilijk tot onmogelijk gemaakt.

En bedenk nu eens bij jezelf wat meer impact op je zou hebben: een willekeurige trein, een trein waar jij in zou kunnen zitten? Of een naamloze ambassade waar je nooit binnen zal komen, al was het maar omdat er gewapende Amerikanen de boel staan te bewaken? Ik denk dat ik het wel weet: als ik terrorist zou zijn ging deze trein, op station Den Bosch, de lucht in.

De blondine is gaan verzitten. Zij is geen terrorist, denk ik. Nu ik haar iets beter kan zien, ben ik er van overtuigd dat ze 'doable' is. Ik voel mijn lendenen, en dat is vaak een goed teken. We hebben nog geen woord gezegd en slechts een heel korte blik gewisseld, en nu voel ik mijn lendenen al. Ik heb natuurlijk geen idee of zij dat ook heeft. Haar voet ging net bevestigend omhoog. Het is fijn om zelf de dingen te interpreteren. Zo wordt de wereld helemaal maakbaar. Het wordt dus wel wat met de blondine. Even verderop zit een jongen met een aansteker te spelen. Hij is donker, getint, gekleurd, welke term wŤl politiek correct is. Ik wil namelijk niet incorrect de hemel in gaan, mocht de trein ontploffen.

Okť, een Arabische man, en een blondine. Even mijn seksuele voorkeur achterwege latend zie ik twee toekomsten. De ene met de blondine hoef ik niet meer uit te leggen. De andere maakt het interessanter. Waarom zie ik, op een dag als vandaag, een scherpe flits en daarna niks meer als ik mijn toekomst met de aanstekelijke man aan me voorbij laat gaan? Blijkbaar heeft de indoctrinatie van de media gewerkt en ben ik ook bevooroordeeld. Het is een student, gok ik. Eentje die heel licht baalt, omdat zijn aansteker het niet doet. En dat terwijl je toch niet mag roken in de trein. Het scenario speelt zich in flitsen voor mijn geestesoog af. "Previously on 24", in de trein.

"Is dit al Den Bosch?" vraag ik de blondine.
Met haar mooie, zachte stem zegt ze dat ik er ben. Ik kijk haar in de ogen en probeer een beetje te verleiden. Ze maakt geen aanstalten op te staan en kijkt me lachend aan. Terwijl ik mijn spullen bijeen raap, lacht ze maar door. Blijkbaar durft ze dat nu onze wegen zich scheiden. Af en toe doet ze alsof ze het wil verbergen. Ik wil iets zeggen over mijn lendenen, maar een omroeper verstoort ons moment. Ik zie de student opstaan en volg hem naar de uitgang. Op het perron kijk ik heel even naar de borden voor mijn volgende trein. Ik zag de student bij de kiosk staan; die is vast een aansteker kopen. De mensen zijn nog aan het in- en uitstappen. De coupť waar ik net zat is al aardig vol. Iemand anders mag van mijn blondine gaan genieten. Oh, had ik maar wat te doen in Alkmaar.

De student met aansteker stapt net op tijd in. Ik zie hem richting zijn oude coupť lopen. Nog net vang ik een glimp van de blondine op. Het treinstel is behoorlijk vol. Als de trein langzaam langs het perron glijdt, zie ik de jongen zijn armen spreiden. De mensen in de coupť kijken naar hem. Hij roept iets. Ik zie een vlammetje in zijn linkerhand. Even is het of de wereld stil staat. Dan verandert de slanke gele pijl in een groteske bol. Met oorverdovend lawaai spat de bol uiteen. Ik hap naar adem. Daar gaat mijn blondine.